Onze leden ...

  • Berry Jacobs
  • Betty Nelemans
  • Dennis Matakoepan
  • Eric Venner
  • Esther Verschuren
  • Gert Nelemans
  • Gertrude van Dulmen
  • Gervaas Albers
  • Hans van den Akker
  • Henk Verhaegh
  • Henry Croqué
  • Ingrid Verhaegh
  • Johan de Waal
  • Jolanda Koopmans
  • Kees Tabben
  • Nelly van Houts
  • Peter Berkers
  • Peter de Corte
  • Pieter Goossens
  • Rob Jansen
  • Rob van der Weerden
  • Seow Ying Kaag-Gan
  • Ans van Grunsven
  • Fried Maas
  • Ank van Heugten
  • Harwati van den Born
  • Rolando Kaag
  • Stephan Goossens
  • Suhartik van Rijsewijk
  • Theo Driessen
  • Esther Munsters
  • Stefan Welbers
  • Lars Knorren
  • Riëtte Knorren
  • Lilian van Geffen
  • Hans Leenders
  • Jan Berkers

De slagen

Elk spel heeft zijn eigen terminologie. In het badminton is dit niet anders. Als je het spel een beetje wil uitleggen, dan zul je meerdere termen moeten gebruiken om je bedoeling onder woorden te kunnen brengen. De slagen zijn hierin een onmisbaar hoofdstuk. In het kort zal ik de slagen benoemen en uitleggen welke slag ik bedoel. Sommige slagen zijn moeilijk uit te leggen met woorden, schroom dus niet om te vragen welke slag ik bedoelde met mijn uitleg.

De bekendste slag in het badminton is de smash. Deze spectaculaire slag is een geduchte aanvalsslag, maar lang niet altijd de winnende slag. De smash is een hard en strak geslagen slag die naar de grond gericht is. Als de verdediging attent is, is het stoppen van de smash over het algemeen voldoende om de aanvaller te verstaan!

Een andere hard en strak geslagen slag is de drive. Deze is recht naar voren gespeeld maar vlak over het net. De verdediging ontvangt deze slag dan tussen schouderhoogte en het middel waardoor een gerichte return moeilijk wordt. De aanvaller kan meestal de return vervolgens afsmashen! De drive is dus een geducht aanvalswapen maar niet zo spectaculair als de smash. Met meer geduld bij de uitvoering van de tactiek van het spel is de drive meestal effectiever.

Een hard geslagen maar hoog gespeelde slag achter in het speelveld is de clear. Een clear is een verdedigende slag. Doordat de shuttle hoog geslagen wordt en lang onderweg is, heeft de verdedigende partij de gelegenheid een goede positie weer in te nemen. Tegelijkertijd is de clear een slag die de andere partij in de problemen kan brengen. De ontvanger van de clear moet zich namelijk verplaatsen naar de achterzijde van het speelveld waardoor een aanvallende slag praktisch onmogelijk is geworden. De verdedigende partij heeft de gelegenheid om een nieuwe neutrale positie in te nemen waardoor de mogelijkheden in feite beperkt zijn tot of een drive of opnieuw een clear. Wordt de clear op de backhand gespeeld dan komt over het algemeen de ontvangende partij in de problemen.

Een zacht geslagen slag is een dropshot. Dit kan een daadwerkelijke slag zijn maar ook een stop aan de rand van het net. Een dropshot moet vlak achter het net geplaatst zijn. Een dropshot is een aanvallende slag. De ontvanger heeft namelijk weinig gelegenheid te reageren en indien deze iets te laat is, zijn er weinig mogelijkheden voor een goede return. De stop aan de rand van het net moet hoog geslagen worden zodat de shuttle in feite 'dood' achter het net valt.

Het repertoire aan serviceslagen. 

Een veelgebruikte serviceslag is de short-service. De service wordt kort over het net gespeeld in het voorste deel van het servicevak van de tegenstander. De short-service is goed verdedigbaar omdat deze slag tamelijk traag uitgevoerd moet worden om goed geplaatst te kunnen zijn.

De service die met name in het enkelspel gehanteerd wordt is de lob-service. De service wordt hard en hoog geslagen en geplaatst in het achterste deel van het servicevak. De lob-service dringt de ontvangende partij dus meteen bij de service naar achteren.

Een zeer aanvallende service is de flick-service. Deze service wordt strak gespeeld en geplaatst in het achterveld. De flick-service wordt echter uitgevoerd als een short-service. Op het laatste moment wordt door een polsbeweging de slag echter veel krachtiger waardoor de shuttle strak en hard geslagen wordt. De ontvangende partij krijgt de shuttle op schouderhoogte en/of achter deze. De flick-service is moeilijk uit te voeren. Heel gauw wordt een technische lot gemaaid (het blad van het racket komt boven de pols of boven het middel). Oefening moet hier veel gedaan worden om deze service goed uit te kunnen voeren. Wordt de service uitgevoerd als een flick-service maar geplaatst op het lichaam van de ontvanger, dan spreken we van een drive-service.

Kort samenvattend:

opslag of
service

eerste slag, onderhands (onder de heup), vaak kort over het net of hoog achterin

clear

bovenhandse slag, hoog achterin

lob

onderhandse slag, hoog achterin

drop

slag vlak achter het net

netdrop

slag van dichtbij het net, kort eroverheen

smash

hard (en strak) naar beneden gerichte slag

forehand

slag met de handpalm naar voren gericht

backhand

slag met de rug van de hand naar voren gericht 

Wie is er on line

We hebben 88 gasten en geen leden online

Login

Plaats op FacebookPlaats op Google BookmarksPlaats op Twitter